fbpx

 

 

Vanuit een ergernis over irritante fruitvliegjes ontstond een natuurlijk bestrijdingsproduct dat een gat in de markt bleek. Meer dan dat, want Fruit Fly Ninja bleek als onderneming levensvatbaar en inmiddels staan vele varianten van hun uitvinding op het verlanglijstje. Vanuit StartHub ondernemen Ferdinand van der Neut (oprichter) en WUR-alumni Stef ten Dam (medewerker). Een gesprek over de start en het ondernemerschap van Fruit Fly Ninja en waarom ze op Wageningen Campus zitten en er willen blijven.

 

Hoe is Fruit Fly Ninja ontstaan?

“In 2014 zat ik gedwongen thuis”, vertelt Ferdinand. “Als tijdverdrijf bedacht ik business-ideeën, om laagdrempelig problemen mee op te lossen. Fruitvliegjes bij de afvalbak trokken mijn aandacht. Geïrriteerd dacht ik: Hier moest toch een oplossing voor te bedenken zijn? Omdat bestaande bestrijdingsmiddelen niet bleken te voldoen, ben ik zelf iets gaan ontwikkelen; een compact bakje met appelsap en azijn als lokstof.

Na een Kickstarter campagne nam het idee een grote vlucht. Doelgroep was horeca en supermarkten, daar boden we eerst kleine hoeveelheden aan. Toen een kleine winkelketen interesse had om Fruit Fly Ninja aan consumenten te verkopen, is in 2016 Fruit Fly Ninja voor consumenten op de markt gebracht. Het werd de grootste order tot dan toe, retail bleek dus interessant. Het bedrijf groeide en ik ben gaan samenwerken met een compagnon. In 2017 stonden onze eerste displays bij Jumbo en later in andere supermarkten maar ook bij Blokker en Etos.

Consumenten bleken enthousiast en vroegen ook naar bestrijdingsmiddelen voor andere plaagdieren. Daarvoor hebben we in 2018 contact gezocht met WUR. Het idee ontstond om een Academic Consultancy Training (ACT) project te starten met als opdracht bestrijding van mieren. Een tweede ACT-project was gericht op muggen.”

 

Hoe groot is Fruit Fly Ninja nu?

Ferdinand van der Neut heeft aan de TU Delft gestudeerd. Stef ten Dam is dit jaar afgestudeerd aan WUR met de studie Forest and Nature Conservation gespecialiseerd in ecologie en was manager van het eerst ACT-groepje.

Stef: “Tijdens mijn studie was ik al geïnteresseerd in insecten. Vandaar mijn belangstelling voor het ACT-project over bestrijding van mieren. Nu ben ik in dienst bij Fruit Fly Ninja. Ik werk aan R&D, de ontwikkeling van nieuwe producten en aan de kwaliteitscontrole van onze huidige producten.”

Naast Ferdinand, die werkt vanuit Amsterdam, en Stef telt het bedrijf nog twee andere medewerkers. Zij werken vanuit het hoofdkantoor in Rotterdam. Ook is er een accountmanager actief in Sydney.

Amsterdam, Rotterdam, Wageningen en Sydney? Is er nog sprake van een startup?

Ferdinand: “Als je kijkt naar onze locaties en naar onze business, dan zijn we met recht geen startup meer te noemen maar een scaleup zoals dat dan heet. Ons businessmodel is gevalideerd. We zijn zelfvoorzienend; we doen alle investeringen uit eigen zak. We richten ons nu ook op de Australische markt. Ons product is seizoenafhankelijk, Australië is dus interessant voor ons om ook in de winter continuïteit te hebben.”

Stef benadrukt de missie van Fruit Fly Ninja: “Wij willen de schadelijke stoffen in bestrijdingsmiddelen vervangen door duurzame en ecologisch meer verantwoorde oplossingen. Een natuurlijke en ecologische aanpak kan ook effectiever zijn.

Vergelijk het met de biologische bestrijding in de landbouw. Daarbij wordt in plaats van gif ook gewerkt met natuurlijke vijanden. Die aanpak geeft vaak een langdurige en efficiënte bescherming. Wij gebruiken de natuur en beschermen haar gelijktijdig door geen belastende chemicaliën te gebruiken.”

Wat is de link met WUR?

Ferdinand: “Onze onderzoeksvraag uitzetten bij WUR binnen ACT was een succesvolle start. We wilden Stef aannemen en een kantoor in Wageningen openen. Zo zijn we bij Startlife terecht gekomen, dat werkte heel goed voor ons jonge bedrijf. Ondertussen lopen er meer van dit soort projecten. Dat succes smaakt naar meer. We hebben nu ook een vraag uitstaan bij de leerstoelgroep Communication Philosophy and Technology via het vak Communication & Persuation”

Stef als ervaringsdeskundige over de ACT-insteek: “Als student had ik tijdens het Fruit Fly Ninja-onderzoek het gevoel dat je echt werkt aan een rapport waar echt iets mee gedaan wordt. Je krijgt een afgebakende opdracht, hoe je een economisch rendabel product ontwikkelt, in dit geval voor de consument. De huidige ACT-opdrachten begeleid ik vanuit Fruit Fly Ninja. Nu sta ik dus aan de kant, als de opdrachtgever. We kijken bijvoorbeeld naar de mogelijkheden om wespenoverlast te verminderen. Wespen zijn nuttige dieren en die willen we niet doden, zoals veel bestrijdingsmiddelen doen, maar liever afstoten of wegjagen. Hoe? Dat zoeken de WUR-studenten uit.”

Wat is het verschil tussen StartLife en StartHub?

Ferdinand: “StartLife werkt echt als een incubator. Zij houden de voortgang van je business in de gaten, helpen doelen stellen en te kijken wat er voor nodig is deze te halen. En ze helpen bij het schrijven van een businessplan.
Ondertussen zitten we bij StartHub, die een brug slaat tussen studenten en de ondernemende wereld. Studenten en startende ondernemers zijn vaak erg op de inhoud gericht. Binnen StartHub wordt je getriggerd om je op je markt te richten.

Straks verhuizen we naar Plus Ultra II (red. Fruit Fly Ninja zit nu tijdelijk in Atlas). We werken in dezelfde ruimte als andere kleine bedrijfjes, dat geeft een gevoel van gezamenlijkheid. We zijn allemaal onze droom aan het realiseren, veelal met de focus op innovatief en duurzaam. Wekelijks zijn er adviseurs aanwezig (zoals van de Rabobank), waar je mee kunt sparren. Elke woensdag is er een borrel voor studenten en voor ondernemers, soms met een presentatie. Je kunt elkaar bevragen over oplossingen voor dingen waar je tegenaan loopt. Heel inspirerend.”

Waarom zitten jullie nog met een vestiging op de campus?

Ferdinand: “Wij kunnen hier goed lunchen in de diverse gebouwen, haha. Nee hoor, geintje. Dat is overigens wel zo, maar de reden is dat we voortdurend op zoek zijn naar de meest ecologische variant van ons product, daar willen we de nieuwste kennis voor inzetten. Die state-of-the-art-kennis voor ons product zit hier, het episch centrum van relevante kennis. Op een willekeurig bedrijventerrein mis je die input om je eigen business te versterken. We zijn blij met de korte lijnen naar bijvoorbeeld ACT en naar de diverse vakgroepen. En er is nog een punt dat meespeelt: Wageningen heeft in Australië een heel goede naam in de agrarische wereld. Alleen daarom al willen we graag verbonden blijven aan Wageningen.

En in theorie hebben wij toegang tot alle WUR-faciliteiten, we maken daar echter (nog) geen gebruik van, omdat we het tot nu toe met eigen middelen af kunnen. We denken er wel over om producten van anderen hier op de campus te laten analyseren. Als onze concurrent bijvoorbeeld claimt dat er bepaalde ingrediënten in hun product zit, kunnen wij dat laten onderzoeken hier op de campus, tegen betaling uiteraard.”

Zijn er nog dingen die je mist op de campus?

“De commerciële agressie die nodig is om iets op de markt te zetten is heel belangrijk en kan soms ontbreken bij gepassioneerde vakmensen. Ik spreek nu vooral vanuit mijn ervaringen in Delft, omdat ik daar zelf gestudeerd heb, en TU-ers geloven vooral in de schoonheid van hun product, maar dat is vaak niet voldoende om echt impact te bereiken. De commerciële wereld is hard. Dat commerciële besef is er wel duidelijk binnen StartHub. Binnen StartHub zou je nog meer in kunnen inzetten op het geven van salestrainingen delen van verhalen, dat kan ook door een inspirerende filmavond.”

Hoe zie je de toekomst op de campus? Blijven jullie?

“Wij blijven absoluut op de campus! Ons streven is onze eigen producten nog duurzamer te maken en als marktleider onszelf te verbeteren door giftige bestrijdingsproducten uit de markt te concurreren, maar ook door onze eigen footprint te minimaliseren. Denk aan product en transport. Helaas moet je ook ons product weggooien. Binnen de campus kunnen we de cradle-to-cradle-gedachte verder ontwikkelen.

Ons bedrijf groeit tot nu toe door met gemiddeld één persoon per jaar. De omzet groeit exponentieel. Logistiek, sales en R&D moeten dat bij kunnen benen. Dat is de uitdaging van ondernemen.

We hebben een lijst van 17 potentiele producten, we kunnen dus nog even vooruit. Vanwege die nieuwe producten (denk aan de vliegjes in potplant (rouwvliegjes), zilvervisjes, huisvliegen, afvalcontainervliegen, muizen) voldoet de naam Fruit Fly Ninja niet meer. Elk product is een ninja, die specifieke plaagdieren bestrijdt. Het logo met de ninja blijft, dat spreekt onze klanten aan. De nieuwe naam voor het bedrijf wordt Super Ninja.”

Bron: https://www.wur.nl/nl/nieuws/Fruit-Fly-Ninja-wordt-Super-Ninja.htm

Gepubliceerd op 2 december 2019